‘Tropenjaren’ in de ouderenzorg

Gepubliceerd door Timme Hovinga op

Met het einde in zicht is het makkelijk terugkijken. Terugkijken stelt je in staat te kristalliseren wat eerder diffuus was. Om te negeren wat triviaal is en uit te lichten wat toch onmisbaar bleek.

Met dat idee schrijf ik mijn laatste blog voor het Conforte Innovatielab, voordat ik begin 2021 een nieuwe uitdaging aan ga. Een poging om de balans op te maken van twee jaar innoveren in de ouderenzorg in Rotterdam. En daarnaast om een dringende oproep te doen aan de mensen die met innovatie kunnen bereiken wat al zo lang beloofd wordt: echt volhoudbare ouderenzorg op een waardige manier. Ik heb het dan over mensen met innovatie expertise, zorgbestuurders en de financiers van langdurige zorg.

Voor we van wal steken wil ik beginnen met een disclaimer. Hoewel ik echt van mening ben dat innoveren best hard werken is, ga ik niet doen of dat qua hard werken in de buurt komt bij je 24/7 verantwoordelijk voelen voor zeer kwetsbare mensen. De energie, de betrokkenheid, de affectie die ik vanuit mijn (uiteindelijk zeer beperkte) ervaring heb gezien is echt ongekend. Deze zorgmedewerkers werken echt keihard om mensen een zo waardig mogelijke laatste levensfase te bieden. En dat in een context met steeds zwaarder wordende zorg in een steeds veeleisender omgeving waar iedereen wat van vindt.

Ik denk niet dat veel mensen zich beseffen dat er een groep mensen is in Nederland die zich met hun vaak versleten knieën en ruggen in zoveel bochten wringt en zoveel overuren draait om de onvermijdelijke achteruitgang en aftakeling van ons allemaal een beetje menselijk te laten verlopen.

Dat gezegd hebbende wil ik me focussen op innovatie. Innovatie -zoals ik het voor onze context zie- is een vorm van boerenverstand die mensen, processen en technologie combineert om tot waardevolle, blijvende en structurele verbeteringen te komen. De academische discussie over wat precies nu wel of geen innovatie is laat ik aan iemand anders.

Om innovatie als term wat verbeelding mee te geven vergelijk ik het vaak met de jungle. Van een afstandje een bijna serene omgeving vol groen, dierengeluiden en een aangename temperatuur. Iedereen die echter meer dan een kwartier in een oerwoud heeft rondgesjokt weet dat het warm, vies, nat, warm, eenzaam en vermoeiend is. Zo is innoveren in de ouderenzorg ook in mijn ervaring. Echt blijvende verandering organiseren kost veel tijd, nog meer moeite en zonder richting kom je nergens.

En net als in de jungle kom je niet ver zonder de juiste uitrusting, zonder gevoel van richting en enige idee van wat je mag verwachten.

De duurzame opbrengst van twee jaar Innovatielab

Als er -in deze metafoor- iets is dat het Conforte Innovatielab heeft bijgedragen aan de ouderenzorgsector (naast de waardevolle verbeteringen en vernieuwingen bij talloze zorgteams) is het een rugzak vol waardevol gereedschap en een clubhuis aan de rand van de jungle om voor te bereiden of na te praten, in een omgeving met gelijkgestemde oerwoudpioniers.  Die rugzak bevat een kompas om richting te bepalen, middelen om te zorgen dat je goed voorbereid en begeleid op weg gaat en gereedschap om je een weg door het gebladerte te hakken. Allemaal gereedschap dat uitgebreid en getest en aanpast is, gereedschap dat eigenlijk niemand meer zelf hoeft te kopen.

Dat clubhuis is minstens zo belangrijk, in je eentje innoveren hou je niet vol. Van gedachten wisselen, advies inwinnen en ervaringen delen is voor veranderen en innoveren net zo relevant als voor het voorbereiden van een expeditie. Deze twee resultaten, de rugzak en het clubhuis, zijn naar mijn stellige overtuiging echt een waardevolle toevoeging aan de noodzakelijke transformatie van de ouderenzorgsector. Ze zijn echter bij lange na niet genoeg. Daarom mijn oproep.

We hebben meer mensen met innovatie ervaring nodig

Mijn eerste oproep is richting de mensen die over de ervaring beschikken om zich een weg door deze jungle te banen. Mensen die innovatie op hun diploma en in hun genen hebben. Als je echt een waardevolle bijdrage wil leveren met je expertise zou ik je echt willen uitdagen om in de zorg te komen werken. Maar laat me je waarschuwen; als je denkt dat je innovatie onder de knie hebt omdat je in twee weken een prototype app kunt maken voor een modern bedrijf dan ga je van een koude kermis thuiskomen. Mooie slides maken is makkelijk, zorgen dat iemand die al meer dan dertig jaar een bepaald proces volgt iets anders aandurft is een stuk moeilijker. Begrijpen wat er waarom misloopt, het meenemen van al die verschillende mensen in een organisatie en iedereen zo ver krijgen dat het oude plaatsmaakt voor het nieuwe, dat is het werk waar het om draait. En geloof me: je competenties en ervaring zijn echt hard nodig. Innovatiemanagement staat in mijn ervaring bij het overgrote deel van de zorginstellingen echt nog in de kinderschoenen. Een experiment starten kan iedereen, op basis van urgente knelpunten de beste oplossingen kiezen en die geïmplementeerd krijgen, dat kan bijna niemand. Ik zou willen zeggen: kom in de zorg werken als je durft!

Betrokken bestuurders zijn van vitaal belang voor innovatie

Mijn tweede oproep is aan de vrouwen en mannen die deze jungletocht een doel en een richting mee moeten geven: de zorgbestuurders. Voor deze mensen is de notie dat 36 uur een full-time week maakt net zo’n grap als voor de zorgmedewerkers zelf maar zij hebben er nog een verantwoordelijkheid bij. Namelijk het zorgen dat hun organisatie over vijf jaar nog steeds kan blijven zorgen. En dat is een continue afweging tussen korte en lange termijn belangen. Dat beseffende doe ik toch een oproep aan hen: bemoei je actief met het vormgeven van de organisatie van de toekomst.  En je echt actief bemoeien is niet hetzelfde als een eenzame innovatieadviseur met weinig budget en nog minder mandaat op pad sturen (met daarbij de realisatie dat 1,5 FTE aan innovatiemedewerkers zonder innovatieachtergrond en -ervaring onvoldoende zijn om het echte verschil te maken). Actieve betrokkenheid betekent een duidelijke richting aan innovatie geven, ruimte en middelen vrijmaken en bovenal lef tonen. Lef om de ingebakken onzekerheid te lijf te gaan die bij de toekomst hoort. Lef om je medewerkers rugdekking te geven als er iets misgaat (en het liefst daarvoor natuurlijk). Het lef ontwikkelen om het oude vertrouwde los te laten kost tijd. Daar hebben medewerkers een gevoel van richting en vertrouwen bij nodig. Jullie zijn de aangewezen en enige personen in de positie om dat vertrouwen en die richting te geven. Richt innovatie (of transitie, of verduurzaming, het maakt mij echt niet uit) in als de structurele bedrijfsactiviteit die het moet zijn.

Met de juiste prikkels kan innovatie effectiever ondersteund worden

Mijn derde oproep tot slot is aan de financiers van onze langdurige zorg: de overheid en de zorgverzekeraars. Ook bij jullie is het besef er echt wel dat de zaken anders moeten. Zonder de subsidies die er al beschikbaar zijn hadden wij bij het Conforte Innovatielab ons werk niet kunnen doen. De beschikbare steun is hard nodig maar onvoldoende gericht. Ik sprak leveranciers van (welzijns)innovaties die zelf gefrustreerd raakten over dat zorgmedewerkers meer bezig waren met waar de nog beschikbare middelen aan besteed konden worden dan wat het aan waarde op zou leveren. Bijna ieder verpleeghuis heeft zijn anekdotes over ongebruikte robot katten of kasten vol goedbedoelde maar in onbruik geraakte innovaties. Dat geld kan en moet echt beter besteed worden.

Investeer in de duurzame opbouw van verander- en innovatiecapaciteit. Stop het ondersteunen van nutteloze pilots om uit te vinden wat al lang beschreven is. Dwing af dat zorgorganisaties en hun leiderschap initiatieven in gezamenlijkheid oppakken. Er wordt nog veel te veel dubbel gedaan en een deel van de innovatieactiviteiten kun je prima in gezamenlijkheid aanpakken.

Zorgorganisaties moeten zichzelf een weg door de jungle banen, ze hebben jullie hulp echter nodig om goed toegerust te raken en om ze van kaarten te voorzien waarop staat wat er verwacht wordt.

Tot slot

Voor mij is het tijd om de tropenhoed aan de kapstok te hangen en de sleutel van het clubhuis over te dragen. Dat de klus nog niet af is besef ik me maar al te goed. Als de passie en energie die er al is in de zorg gecombineerd blijft met de structuur die we gebouwd hebben en nog meer ondersteund wordt door bovengenoemde partijen, dan doe ik het licht met vertrouwen voor de laatste keer uit eind december.

Photo by vaun0815 on Unsplash

Categorieën: Blog